|
Sint-Maartensvuren. Op de avond van 11 november kwam iedereen samen op een centraal gelegen plein of weide om een groot Sint-Maartensvuur te ontsteken.
Net als de vuren bij veel andere jaarfeesten hoorden ook deze vuren waarschijnlijk bij de overgang naar een nieuw seizoen, in dit geval van de zomer naar de herfst.
In ieder geval is bekend dat in de dertiende eeuw de naamdag van Sint Maarten ook wel Sinte-Martijns Schuddekorfsdag heette.
De kinderen verzamelden de appels, kastanjes, noten en mispels die ze die dag hadden opgehaald in een mand.
Als dan 's avonds het Sint-Maartensvuur brandde, hingen ze deze korf vol lekkernijen erboven.
De jeugd danste zingend om het vuur en wachtte op het moment dat de bodem vlam vatte.
Dan werd uit alle macht aan de mand geschud, zodat de inmiddels gepofte vruchten midden tussen de joelende en graaiende menigte terechtkwamen.
Vanaf de negentiende eeuw werd geen melding meer gemaakt van de schud-dekorf.
Wel waren er in die tijd te Amsterdam talloze kooplui die op die avond kraampjes hadden met 'suikermispelen' en 'gebraje kastengen'.
De jongens besteedden de centen die zij op Sint-Maartensavond hadden opgehaald meestal aan deze lekkernijen.
De Sint-Maartensvuren gaven regelmatig overlast.
Door de vele verbodsbepalingen weten we dat het stoken van deze vuren vanaf 1620 een jaarlijks terugkerend verschijnsel was.
Zo bestond tot in de vorige eeuw nog de gewoonte om zingend rondom het Sint-Maartensvuur te dansen.
Daarbij probeerden de kinderen om over de vlammen heen te springen.
In Venlo werd iets dergelijks tot in de vorige eeuw nog binnenshuis gedaan.
Nadat de kinderen thuisgekomen waren van hun rondgang, maakte de familie ruimte in de woonkamer.
Een brandende kaars werd op de grond geplaatst en zowel kinderen als volwassenen dansten er zingend omheen.
Plotseling regende het strooigoed in de kamer.
Sint-Maarten trad binnen, soms gevolgd door een Zwarte Piet.
De kinderen dansten dan voor de heilige of zeiden een gebedje op.
Als beloning strooiden de bont geklede gasten nu appels, kastanjes en noten.
Dan volgde een traktatie op 'kerneelkes'.
Dit zijn krentenwafels met veel boter, bruine suiker en kaneel die met wafelijzers in de kachel gebakken werden.
Niet ver van Venlo, in Beringe, bestond tot voor kort nog een andere gewoonte.
De kinderen liepen er in een lampionnenoptocht naar het Sint-Maartensvuur.
Daar maakten ze eikaars gezicht zwart met het roet van de verbrande takken.
Het beroeten van elkaars gezicht is een traditie die op dit moment nog in Zuid-Portugal bekend is bij het kastanjefeest op 1 november.
Ook bij de rest van dit festijn herkennen we verdwenen Nederlandse Sint-Maartentradities.
De dorpelingen ontsteken op het centrale plein vuren waarin kastanjes geroosterd worden en het dorpsbestuur zorgt daarbij voor een groot vat gratis wijn.
|